Fijnsparbossen in crisis

De letterzetter slaat massaal toe

Auteur: Ute De Meyer, Projectcoördinator Particulier Bosbeheer, Aanspreekpunt Privaat Beheer – Natuur en Bos

Sinds het einde van de zomer kleuren heel wat fijnsparren oranjebruin en gaan ze vervolgens dood. Na verschillende terreinbezoeken door de Bosgroepen bleek het telkens te gaan over een aantasting door de Ips typographus, ook wel ‘letterzetter’ genoemd. Misschien heb jij, als private eigenaar, ook last van deze kever in jouw bos?

Wie of wat is de Ips typographus?

Letterzetter, schorskever, boekdrukkever… de Ips typographus kent verschillende benamingen. Het is een kever uit de familie van de schorskevers (Scolytidae). Hij is klein van gestalte (4 tot 5,5 mm lang) en donkerbruin. Van nature is de kever aanwezig in heel Europa en komt hij vooral voor op sparren, in het bijzonder de fijnspar, maar hij kan ook andere naaldbomen aantasten zoals douglas, lariks… Afhankelijk van het klimaat worden er elk jaar tussen april en begin oktober meestal 2 à 3 generaties geboren.

Hoe herken je aangetaste fijnsparren?

Bomen die aangetast zijn door de letterzetter gaan onherroepelijk dood. Daarom is het zeer belangrijk om de symptomen van aangetaste fijnsparren tijdig te herkennen. Hoe verloopt nu zo’n verval? Mannetjes gaan eerst op zoek naar een geschikt stuk schors. Eenmaal gevonden, boren ze zich een weg naar binnen. Dit klein gaatje waar ze naar binnen gaan, is een eerste, maar moeilijk te vinden, symptoom. Daar maakt hij een paringskamer waarna de kever door middel van een chemisch uitgescheiden stof vrouwtjes aantrekt. Na de paring met 2 à 3 vrouwtjes, eten de vrouwelijke kevers zich een baan verticaal onder de schors. In deze gangen, die een lengte van ca. 15 cm kunnen hebben, leggen de vrouwtjes tientallen eitjes. Na 1 of 2 weken komen de witte pootloze larven uit en knagen ze gangen horizontaal op de moedergang. Dit leidt tot het karakteristieke gangenpatroon, ook wel vergelijkbaar met de regels van een boek, waar de kever naar vernoemd is. Aan de hand van dit patroon kunnen de aangetaste bomen reeds gemakkelijker opgespoord worden. Tot slot boren de larven zich na de ontpopping een weg naar buiten waarna ze uitvliegen naar een volgende boom. Hierna begint de tweede cyclus. De symptomen die als gevolg hiervan bij de bomen verschijnen, zijn nog duidelijker en luiden het verval van de boom in: de scheuten en takken kleuren oranjebruin en uiteindelijk sterft de volledige kroon af.

Biologische cyclus

De kever is in principe pas secundair schadelijk. Dit wil zeggen dat hij normaal gezien enkel verzwakte exemplaren aantast en geen gezonde bomen. De biologische cyclus van de letterzetter is zeer afhankelijk van het klimaat. Zo komt de soort in ‘normale’ weersomstandigheden maar in beperkte mate voor in onze bossen. Gezonde fijnsparren kunnen zich gewoonlijk ook voldoende verweren tegen de letterzetter, maar de lange en droge zomers van de voorbije jaren hebben gezorgd voor een verzwakking van onze bomen. Bovendien kan extreme vernatting of een storm mede voor het uitvallen van verdedigingsmechanismen zorgen, met een ideaal habitat en een enorme aantasting door zwakteparasieten als gevolg.

Wat kan je als private eigenaar doen om je bos veilig te stellen?

Preventief beheer

Het beste scenario is om preventief te werk te gaan. Want enkel een goed preventief beheer, een vroege opsporing van situaties die gunstig zijn voor de letterzetter en het snel veiligstellen van boomstammen, zijn de enige manieren om deze parasiet te bestrijden. Opgelet! Indien je over een natuurbeheerplan (NBP) beschikt, zal je waarschijnlijk een wijziging moeten aanvragen (zie art. 107 decreet Geïntegreerd Natuurbeheer) of een aparte machtiging als afwijking van het beheerplan (zie art. 81 Bosdecreet).

Na een aanval

Als je in je bos aantasting door de letterzetter vaststelt, kun je best alle aangetaste bomen zo snel mogelijk verwijderen. De gevelde bomen en de kronen van de bomen moeten volledig opgeruimd worden om verdere verspreiding te beperken. Vooraleer tot actie over te gaan, moet je eerst de volgende procedure volgen:

  1. In het geval van vermoedelijke aantasting door de letterzetter dien je het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid (FAVV – zie http://www.favv.be/meldingsplicht/) in te lichten. Er geldt namelijk een meldingsplicht.
  2. FAVV voert vervolgens een onderzoek uit en meldt de resultaten. In geval van aantasting door de letterzetter zal FAVV de passende maatregelen opleggen. Die maatregelen moeten worden uitgevoerd om zo de verdere verspreiding van de schorskevers te beperken (Koninklijk Besluit van 19/11/1987).
  3. Normaal gezien mogen niet-voorziene kappingen in een NBP niet worden uitgevoerd. In het geval van noodsituaties, zoals hier het geval is, voorziet het Bosdecreet in een aantal uitzonderingen (zie art. 81 voor de privébossen),. 
    • Voor het uitvoeren van “beheermaatregelen”, zoals vastgelegd in een NBP, mag de beheerder hiervan afwijken, voor zover de realisatie van de in het natuurbeheerplan opgenomen globaal kader en de beheerdoelstellingen niet in het gedrang komen en voor zover de afwijking van de beheermaatregelen geen gevolg heeft buiten het terrein (zie art. 16 novies,§1 Natuurdecreet).
    • In het geval van de letterzetter gaat het om sanitaire kappingen. Omdat de kapping niet voorzien is in het beheerplan, moet deze dringende kapping minstens 14 dagen vóór uitvoering van de kapping, schriftelijk worden gemeld aan Natuur en Bos. Er is dus geen voorafgaande vergunning/machtiging vereist, of voorafgaande wijziging van het beheerplan. Een melding is voldoende. Het is immers een noodsituatie omwille van sanitaire redenen. Het bevelschrift vanwege FAVV geldt dan uiteraard als bewijs.
    • Binnen 6 maand na de uitvoering van de voormelde kapping moet de beheerder een herstelmaatregel ter goedkeuring voorleggen aan het ANB. Wanneer de beheerder geen herstelmaatregelen voorlegt binnen die termijn of wanneer hij in gebreke blijft om de goedgekeurde herstelmaatregelen uit te voeren binnen een termijn van 1 jaar, kan het Natuur en Bos van de Vlaamse overheid de werken op kosten van de bosbeheerders laten uitvoeren.

Hoe Natuur en Bos dat voorstel tot herstelmaatregel zal beoordelen, hangt af van verschillende factoren. De absolute rode lijn is dat die gekapte delen van het bos, wel als bos zullen moeten behouden blijven.

Wat met fijnsparren in VEN-gebied?

Beschik je over fijnsparren in een VEN-gebied (Vlaamse Ecologisch Netwerk) en heb je geen NBP? Dan zou je volgens de Criteria Geïntegreerd Natuurbeheer uitheemse soorten door uitheemse mogen vervangen (principe standstill). We merken immers dat Natuur en Bos in de praktijk het heraanplanten van exoten niet toestaat, behalve mits voorafgaande ontheffing. Dit is een verstrenging van de CGN en de algemene beschermingsvoorschriften van het VEN volgens het Maatregelenbesluit, dat enkel ‘introductie’ van exoten verbiedt.

Praktisch voorziet Natuur en Bos de ontheffing voor heraanplanten van exoten in VEN onder voorwaarde dat aandacht wordt gegeven aan de ecologische functie. Onderstaande voorwaarden worden hiervoor in rekening gebracht:

In privé-bos kan heraanplanting van exoten toegestaan worden:

  • Voor kaalkap van maximum 1 ha;
  • Na kaalkap van populier is het heraanplanten van populier met behoud of aanleg van onderetage van inheemse soorten mogelijk;
  • Bij kaalkap van exoten gevolgd door heraanplanting met een exoot moet er 30% bijmenging zijn met inheemse soorten op bestandsniveau.

In openbaar bos wordt heraanplanting met exoten in principe niet toegestaan. Uitzonderingen zijn mogelijk mits grondige motivering en mits dit gebeurt conform de Beheervisie voor openbare bossen.

Actuele sterftes bij andere soorten

Vanwege de opmerkzaamheid van onder meer de bosgroepen, heeft het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een onderzoek gevoerd naar de recente sterfte van de gewone den (Pinus sylvestris) in Limburg en Antwerpen. Uit de eerste resultaten van hun analyse blijkt dat de warme en droge jaren tot een verzwakking van de gewone den hebben geleid. Hierdoor is de soort gevoeliger voor zwakteparasieten. Voornamelijk de blauwe dennenprachtkever (Phaenops cyanea) en zestand-dennenschorskever (Ips sexdentatus) werden aangetroffen in de (afgestorven) dennen. Andere soorten die op een of meer locaties in de bomen gevonden werden, zijn: dennenscheerder (Tomicus piniperda), koperetser (Pityogenes chalcographus), alsook de aanwezigheid van honingzwam en andere wortelparasieten.

Hebt je ook gewone den in jouw bosperceel? Let dan op volgende belangrijke symptomen:

  • sterke harsuitvloei uit de stam;  
  • groeimisvormingen aan de stam (ribbels; afgeplatte, hoekige stammen…);
  • ijle kronen, taksterfte;
  • de schors van aangetaste exemplaren valt vaak af, terwijl de kroon nog (vaal)groen is. Het gaat vooral om de ‘middeldikke’ schors vanaf enkele meters hoogte, de dikke schors onderaan blijft langere tijd goed vastgehecht;
  • na afvallen van de schors worden vraatpatronen van insecten zichtbaar. Verwijdering van de dikke schors onderaan de stam laat eveneens vraatpatronen van insecten zien;
  • boomsterfte;
  • paddenstoelen aan of rond de stamvoet (occasioneel).

Ook in Oost-Vlaanderen stelde INBO een soortgelijke aantasting vast van Canadapopulieren, maar door een andere prachtkever, nl. de populierenprachtkever. Zo voorspelt het instituut dat de – tot nog toe weinig bekende soort – de volgende jaren een opmars zal kennen.

Tot slot heeft de bosvitaliteitsinventarisatie van INBO tijdens de afgelopen zomermaanden een enorme achteruitgang van de gezondheidstoestand van beuken vastgesteld. Zo verkleurden de bladeren sneller dan gewoonlijk en vielen ze vroeger dan normaal.

Bron: Silva Belgica, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

Foto: Quentin Leroy

Aandachtspunten bij de opmaak van uw natuurbeheerplan

Auteur: Valérie Vandenabeele, Sr. Project Manager Natura 2000 & Policy Officer, Aanspreekpunt Privaat Beheer – Natuur en Bos & Hubertus Vereniging Vlaanderen

De eerste verkenningsnota’s voor natuurbeheerplannen en geïntegreerde beheerplannen (met combinatie erfgoed) zijn intussen opgemaakt en steeds meer private eigenaars vinden hun weg naar onze kantoren met vragen rond hun nieuwe natuurbeheerplan. Deze eerste ‘praktijk’ ervaringen leren ons wat nog niet helemaal duidelijk is en waar eigenaars aandachtig moeten voor zijn. We trachten hierbij enkele vaak gestelde vragen te beantwoorden.

Samenwerken met ANB of Natuurpunt

Steeds vaker worden private eigenaars benaderd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) of door Natuurpunt met de vraag een gezamenlijk natuurbeheerplan op te stellen. Het voordeel is dat de private eigenaar zich niet veel hoeft aan te trekken van de opmaak van het natuurbeheerplan. Het nadeel is dat eigenaars zich overdonderd voelen door het verschil in ervaring en kennisniveau van hun partner. Privé-eigenaars krijgen de positieve aspecten te horen, maar ANB en Natuurpunt wijzen hun niet op de mogelijkheden en nadelen om in het natuurbeheerplan te stappen.

Vanuit het APB-NB trachten wij daarom alvast met ANB te kijken hoe private eigenaars beter geïnformeerd kunnen worden. Wie lid is van Landelijk Vlaanderen of een bosgroep, kan natuurlijk steeds daar terecht voor ondersteuning.

Het is belangrijk dat de private eigenaar die in een gezamenlijk beheerplan met een overheid of Natuurpunt stapt beseft dat zijn partner een andere motivatie heeft om samen in een natuurbeheerplan te stappen. Men wil zo snel mogelijk zoveel mogelijk natuur realiseren, men wil aantonen dat partnerschappen mogelijk zijn, men wil type 4’s creëren voor het aankopen van meer gronden enz. Hoewel er op zich geen probleem is met deze doelstellingen, komen ze niet altijd overeen met de initiële incentives voor private eigenaars. Het gevaar is bijgevolg dat men weliswaar hetzelfde doel voor ogen heeft, maar de weg er naartoe voor de meeste private eigenaars met andere accenten wordt ingevuld in vergelijking met de overheid of terreinbeherende vereniging.

Bosgroepen initiëren trouwens ook beheerplannen in hun werkingsgebied en dit verloopt beter wantbosgroepen zijn juist daar om private beheerders te helpen en de doelstellingen zijn er veel coherenter en multifunctioneler.

Belangrijk is dat de opmaak van een beheerplan vrijwillig is en de beheerder, zelfs in samenwerking,‘baas’ blijft van zijn plan. Hij mag dus geen blanco check geven en kan zijn beheersvisie opstellen voor zijn gronden (wel met open geest in het kader van samenwerking).

We gaan in de volgende hoofdstukken dieper in op enkele aandachtspunten.

U kunt ook subsidies krijgen voor aankoop

Een van de opvallendste stappen naar een gelijkberechtiging voor private natuureigenaars is het feit dat de aankoopsubsidies nu ook toegankelijk zijn voor private eigenaars. Dit is een interessant instrument voor bv. eigendommen die versnipperd werden voor onverdeeldheid. Vroeger hadden natuurverenigingen een exclusief voorbehoud op deze subsidies. Vandaag kunt u als eigenaar de stukken van uw broer, zus, buur… aankopen met aankoopsubsidies. Vb. voor een perceel van € 35.000 kunt u zo een subsidie van € 24.000 krijgen. U hoeft dan nog maar € 11.000 uit uw eigen vermogen of via andere sponsoring bij te leggen.

Opgelet: om een aankoopsubsidie te verkrijgen dient men reeds een goedgekeurd natuurbeheerplan te hebben met type 4 natuur. En de grond die men dan wil aankopen mag nog niet in een natuurbeheerplan type 2, 3 of 4 opgenomen zijn! Hier dient u dus wel rekening mee te houden als u met uw broer, zus of buur een natuurbeheerplan opmaakt, met het oog op het bekomen van aankoopsubsidies!

Neem ik mijn landbouwgronden op in een natuurbeheerplan?

Financieel gezien is dit wellicht niet de beste keuze.

Wanneer men op landbouwgronden habitats of biotopen wil inrichten, kan men hier evengoed subsidies voor krijgen. In de feiten betekent dit evenwel een waardedaling van de grond, want die natuur mag dan niet meer weg. In Nederland is voor deze situaties een instrument planschade uitgewerkt, bij ons niet. Om toch gebruikte kunnen maken van een planschaderegeling moet eerst een  bestemmingswijziging gerealiseerd worden (via bv. een ruimtelijk uitvoeringsplan). Dan kan het instrument planschade wel gebruikt worden.

Ook kan men door een landbouwgrond in een natuurbeheerplan op te nemen diverse landbouwsubsidies mislopen, die niet gecumuleerd mogen worden. Het kan daarom interessanter zijnde landbouwgrond niet formeel op te nemen in het natuurbeheerplan voor het bekomen van natuursubsidies, maar voor de landbouwgrond landbouwsubsidies voor vergroening aan te vragen, bv. beheerovereenkomsten zoals aangeboden door de Vlaamse Land Maatschappij (VLM).

Combinatie erfgoed

Heeft u daarentegen een beschermd erfgoed (vastgelegd bij ministerieel besluit), dan kan men subsidies cumuleren, maar nooit meer dan 100%. Daartoe wordt een geïntegreerd beheerplan opgemaakt. In de praktijk kiest u tussen de procedure van ANB of AOE (Agentschap Onroerend Erfgoed) voor de opmaak; waarna een formulier wordt toegevoegd die voor het andere agentschap verduidelijkt welk deel van het geïntegreerd beheerplan met welk hoofdstuk uit de procedure of regels van het andere agentschap overeen komen.

Minimale oppervlakte

Hoewel sommige eigenaars verkiezen om alleen een natuurbeheerplan op te maken, zijn anderen misschien genoodzaakt om dit in samenwerking te doen. Weet dat per type habitat men over een minimale hoeveelheid oppervlakte moet beschikken, om een natuurbeheerplan type 2 of hoger voor te stellen.

Voor een beheerplan met uitsluitend bos, dient men minstens over 10 ha bos te beschikken. Voor struwelen, soortenrijke permanente graslanden, heiden, hoogveen, slikken,schorren, strand en duinen dient men min. 5 ha in te richten. Voor stilstaand water, moeras, halfnatuurlijke graslanden, ruigten en pioniervegetatie heeft men met 0,5 ha habitat voldoende.

Wanneer meerdere types gecombineerd worden, volstaat het voor een van deze habitats de minimale oppervlakte te halen. Dus een habitatwaardig bos van 3 ha met een habitatwaardige vijver (complex) van 0,5 ha is voldoende om een beheerplan type 2 of hoger op te maken.

Minimale toegankelijkheid

De oude regeling voor bosbeheerplannen voorzag een principiële toegankelijkheid voor voetgangers op alle boswegen, indien de eigenaar geen specifiek verbodsbord plaatste. De nieuwe regelgeving versoepelt dit naar een minimale toegankelijkheid. Het terrein mag niet absoluut afgesloten worden en de eigenaar kan kiezen voor een zekere toegankelijkheid onder zijn controle. Dit kan zijn dat men minstens een keer per jaar een deel van het gebied dient open te stellen voor een groep mensen.Men kan zich dus beperken tot een keer per jaar een geleide wandeling te organiseren of ergens een wandellus afbakenen. Deze toegankelijkheid wordt opgenomen in het beheerplan.

Jacht verboden in type 4?

Het oude natuurdecreet vermeldde een passage die het doden van dieren, net als het plukken van planten, verbood in reservaten (nu type 4). Men moest daarop vervolgens expliciet een afwijking aanvragen om jacht toe te laten.

In het nieuwe natuurdecreet is dit opgelost in de criteria geïntegreerd natuurbeheer, die de oude criteria duurzaam bosbeheer vervangen. In het luik van de economische activiteiten van het beheerplan dient louter de jacht (als vermarktbaar natuurproduct) vermeld te worden. Hetzelfde geldt voor visvangst, vruchten plukken of rapen enz.

Omzetting bosbeheerplan naar natuurbeheerplan

Door de wetswijziging van 9 mei 2014 zullen de oude bosbeheerplannen omgezet moeten worden naar natuurbeheerplannen. Het ANB voorziet daartoe een evaluatie. Beheerders zullen een brief krijgen met melding wat gewijzigd dient te worden. Een recente wetswijziging voorziet daarbij de mogelijkheid om het beheerplan aan te passen en opnieuw te laten lopen voor 24 jaar. Let daarbij op, want het is financieel interessanter om het beheerplan te laten aflopen en een nieuwe beheerplan op te stellen. Voor een ‘nieuw beheerplan’ krijgt men immers zowel de subsidies opstellen beheerplan als de subsidies oppervlakte natuurstreefbeeld. Om een beheerplan ‘aan te passen’ krijgt men enkel de subsidie oppervlaktenatuurstreefbeeld.

Voor- en nadelen natuurbeheerplan

Er zijn verschillende redenen om te overwegen in een natuurbeheerplan te stappen. Veel hangt af van de persoonlijke omstandigheden en wensen.

Grosso modo heeft de opmaak van een natuurbeheerplan het voordeel dat men subsidies kan bekomen voor natuurbeheer. Vergunningsplichtige activiteiten, opgenomen in het natuurbeheerplan,zoals kapmachtigingen of reliëfwijzigingen, moeten niet langer aangevraagd worden. Dit leidt tot een administratieve vereenvoudiging voor de beheerder.Daarenboven is er ook een fiscale regeling voor schenkings- en successierechten.

De voornaamste nadelen draaien wellicht rond privacy en stand still. Het beheerplan dient te worden onderworpen aan een openbaar onderzoek, wat iedereen inzage geeft in het beheer. Anderzijds is men gebonden aan een stand still, wat wil zeggen dat op papier duidelijk beschreven staat wat de natuurwaarde is. Deze mag naar de toekomst niet vernietigd worden. Maar dit laatste is ook geldig wanneer men geen beheerplan heeft.

Het grote voordeel blijft dat dergelijk plan je als beheerder aanmoedigt om na te denken over jouw beheer, over jouw doelstellingen en die van jouw nakomelingen. Bij het initiëren van het plan komt men misschien in contact met tot nu toe ongekende buren en kan men gebiedsafspraken maken en zijn omgeving beter kennen. Men wordt ook erkend door de gemeente die het privaat beheer beter begrijpt en waardeert. Men maakt ook kennis met de bosgroep en zijn mogelijke diensten en met de mensen van ANB met wie nuttig dialoog kan gehouden worden. Zo is de drempelvrees overheid/beheerder vlug overwonnen en waarom niet met een pint in de hand…



Editie 80

September – Oktober – November // 2018

Editie 80 – inhoud:

  • Woord van de voorzitter
  • Uit de Wetstraat
  • Een pachtcontract, werkelijk?
  • Erfrecht en erfbelasting: wat wijzigt er op 1 september 2018?
  • Droogte legt Vlaams erfgoed bloot
  • Landgoed in de kijker
  • Reis door de tijd
  • Watertekort misbruikt tegen onze naaldbossen
  • Effecten van droogte op de landbouwer
  • Soort in de kijker
  • Muggenplaag teistert natuurgebied Kalkense Meersen
  • Soortenbeschermingsprogramma’s
  • Landelijk Vlaanderen: Thuis op het platteland
  • Praktijkboek Bosbeheer
  • Nieuwsflash

Bijlage: De Landeigenaar nr. 80

 

Zware stormschade in Vlaamse bossen

PERSBERICHT

Zware stormschade in Vlaamse bossen Lees verder